Engelse hulpwerkwoorden

Click for London on Instagram

Met een Engels werkwoord kun je een zin maar in twee tijden zetten: de tegenwoordige tijd en de verleden tijd. Voor de overige tijden en vormen hebben de werkwoorden hulp nodig.
Je voelt hem al: dat zijn dus de hulpwerkwoorden. En deze worden daar voor gebruikt:

to be - to do -  to have  - shall & will

to be

1 Met behulp van is, are, was, were plus een werkwoord dat eindigt in -ing maak je de Continuous.

The weather is getting better.
What are you doing?
I was hoping you were coming.
What were you doing yesterday?

Hier vind je uitgebreide informatie over de Continuous

2 Met behulp van is, are, was, were plus een voltooid deelwoord maak je de lijdende vorm (Passive Voice).

The iPod is sold at a discount price.
You lot are warned, you hear!
The Lotus Elise was stolen yesterday.
These songs were made in the sixties.

Hier vind je uitgebreide informatie over de Passive Voice

to do

1 Met behulp van do en does, maak je vragende zinnen in onvoltooid tegenwoordige tijd (Simple Present).

Do you stay at Peter's?
Do you have a girlfriend?
Does he like her?

Hier vind je uitgebreide informatie over de Present Simple

2 En met behulp van did maak je vragende zinnen in de onvoltooid verleden tijd (Simple Past).

Did she tell him?

Hier vind je uitgebreide informatie over de Past Simple

to have

1 Met behulp van have, had plus een voltooid deelwoord maak je de voltooide tijd (Perfect Tense).

I've broken my leg, so I can't go on holiday.
After I had bought my new computer, I sold my old one.

Hier vind je uitgebreide informatie over de Perfect Tense

shall & will

1 Met behulp van shall, will plus een werkwoord maak je de toekomende tijd (Future Tense).

Shall we go to Venice next holiday?
He will never make it in time.

Hier vind je uitgebreide informatie over de Future Tense