Engelse -ing vorm

Click for London on Instagram

De -ing vorm komt op drie manieren voor: als werkwoord -en dan noem je het de Continuous, als zelfstandig naamwoord -dan spreek je van de Gerund, en tenslotte als bijvoelijk naamwoord -en dat noem je dan de Present Participle.

Hieronder behandelen we ze alle drie en op het einde zetten we de verschillen even kort op een rijtje.

Continuous

De Continuous gebruik je altijd als je praat over iets dat precies op dat moment gebeurt. En dat kan in iedere tijd voorkomen.

1 Present Continuous

What are you doing?

2 Present Perfect continous

I have been waiting for three hours.

3 Past Continuous

Last summer he was diving in Thailand.

4 Past Perfect Continuous

They had been flying for five hours when the storm broke out.

5 Future Continuous

Next week we'll be walking in Madrid.

Klik hier voor de uitgebreide uitleg van de Continuous.

Gerund

Een Gerund is een werkwoord dat eindigt op -ing en dat wordt gebruikt als zelfstandig naamwoord. Het komt net als een normaal zelfstandig naamwoord op de volgende manieren voor:

1 als onderwerp van een zin

Running is major part of his life!

2 als lijdend voorwerp van een zin

He really likes running, he said.

3 als meewerkend voorwerp

He gives running all of his time.

4 na voorzetsels

Then after running he goes swimming as well.

Klik hier voor de uitgebreide uitleg van de Gerund.

Present Participle

Een Present Participle, oftewel een tegenwoordig deelwoord, kan op twee manieren voorkomen:

1 als het -ing woord van de Continuous.

We are leaving tomorrow.

2 als bijvoeglijk naamwoord

What an irritating guy.

Oefen de Gerund

in welke zin staat de Gerund
vul de ontbrekende woorden in
sorteer de tekstblokken
koppel het juiste tekstblok
waar staat de Gerund?

Oefen de Continuous

in welke zin staat de Present Continuous
vul de ontbrekende woorden in
sorteer de tekstblokken
koppel het juiste tekstblok
waar staat de Present Perfect Continuous?
waar staat de Past Continuous?
vul de ontbrekende woorden in
sorteer de tekstblokken
koppel het juiste tekstblok
waar staat de Past Perfect Continuous?

Samenvatting

1 Continuous = to be + -ing woord

Een -ing woord samen met het hulpwerkwoord to be is altijd de Continuous.

Lisa was dancing with Jake.

2 Present Participle =
- het -ing woord van de Continuous
- of een bijvoeglijk naamwoord met -ing

Een bijvoeglijk naamwoord dat eindigt in -ing is altijd een Present Participle.

What are you doing this evening? (-ing woord van Continuous)
She is a dancing teacher. (bijvoeglijk naamwoord)

3 Gerund = een zelfstandig naamwoord met -ing

Een -ing woord dat voor of na een werkwoord of voorzetsel komt is altijd een Gerund.

We like travelling abroad. (-ing woord na werkwoord)
Check oil before starting. (-ing woord na voorzetsel)
Singing is not at all easy. (-ing woord als onderwerp)